April 13, 2026
Host
Welkom bij deze diepgaande sessie over de toekomst van onze zorgorganisatie. Vandaag duiken we in een cruciaal dossier voor de afdeling Kindergeneeskunde: het advies rond Integraal Capaciteit Management, of kortweg ICM. We baseren ons op de werkversie van april 2026, opgesteld door Ralph, Leo en Annemarie. Het doel? Een duurzame balans vinden tussen de zorgvraag en de inzetbaarheid van onze artsen en specialisten. Annelies, fijn dat je er bent om dit complexe rapport met mij te ontleden. Laten we meteen met de deur in huis vallen: waarom is dit onderzoek juist nu zo essentieel voor de vakgroep?
Guest
Dank je, Sander. Het is inderdaad een momentum dat we niet mogen missen. Sinds oktober 2025 zitten we in het traject 'Werken aan Duurzaam Versterken'. De reden is simpel, maar de realiteit is hard: de ervaren werkdruk en werklast bij de kinderartsen en de PA's is al heel lang een knelpunt. Met dit ICM-onderzoek willen we eindelijk die subjectieve beleving van druk objectiveren. We kijken heel specifiek naar de match tussen vraag en aanbod. Want, euh, laten we eerlijk zijn: als de polikliniek altijd het sluitstuk van de planning blijft, dan blijven we achter de feiten aanlopen. We moeten naar een model waar kwaliteit van zorg en het welzijn van de medewerker hand in hand gaan.
Host
Dat onderscheid tussen werkdruk en werklast vond ik heel treffend in het rapport. Werklast gaat over de feitelijke taken, maar werkdruk is veel breder, toch? Het rapport noemt zaken als feedback, autonomie en de balans tussen werk en privé. Hoe helpt deze ICM-analyse ons om die meer 'menselijke' kant van het probleem aan te pakken?
Guest
Kijk, Sander, werkdruk is inderdaad subjectief. Wat voor de ene arts zwaar is, vindt de andere prima. Maar door de werklast – dus de pure uren en taken – in kaart te brengen, creëren we regelruimte. Als we weten dat een kinderarts netto eigenlijk maar voor een fractie van zijn tijd echt aan het bed of in de spreekkamer staat door alle randzaken, dan kunnen we daarop sturen. Het rapport laat zien dat factoren zoals onduidelijkheid over doelen of een gebrek aan feedback de druk verhogen. Door de capaciteit beter te managen, geven we de regie terug aan de vakgroep. Dat is de kern: van een reactieve 'klaagcultuur', zoals het rapport het soms scherp stelt, naar een proactieve, vitale omgeving.
Host
Over die cijfers gesproken... ik schrok er eerlijk gezegd een beetje van. In het rapport staat dat de netto inzetbaarheid van een kinderarts met een nul-komma-negen fte contract op jaarbasis slechts zesendertig procent bedraagt. Zesendertig procent! Dat betekent dat bijna twee derde van de tijd opgaat aan zaken die niet direct met patiëntenzorg te maken hebben. Hoe is dat te verklaren?
Guest
Het klinkt schokkend, nietwaar? Maar als je de optelsom maakt, wordt het logisch. Neem die nul-komma-negen fte. Van de bruto uren trek je eerst ziekte, verlof en scholing af. Dan hou je de netto productieve uren over. Maar dan komt het: de administratieve dagdelen, het zogenaamde 'witvakje' voor de poli-voorbereiding, de dinsdagmiddag-overleggen en vooral de compensatie voor de ANW-diensten. Omdat kinderartsen vaak fysiek aanwezig moeten zijn of zware diensten draaien, bouwen ze veel compensatie op. Die uren gaan direct af van de tijd die ze op de poli kunnen staan. En omdat de kliniek en de spoed altijd voorgaan – dat drukt de rest eruit, zoals we zeggen – wordt de polikliniek het kind van de rekening.
Host
En hoe zit dat bij de Physician Assistants en de Verpleegkundig Specialisten? Hun netto inzetbaarheid ligt met zesenzeventig procent een stuk hoger, maar zij hebben ook hun eigen uitdagingen, toch? Ik las iets over 'wenspoli's' en een enorme focus op de kliniek.
Guest
Klopt. De PA's en VS'en zijn de ruggengraat van de afdelingszorg. Ze doen een enorme brok van de kliniekdiensten, de neonatologie en de spoed. Hun inzetbaarheid is hoger omdat hun compensatieregeling anders in elkaar zit; hun diensten vallen vaak binnen de reguliere jaaruren. Maar ook daar wringt de schoen. Er is een grote wens om meer gespecialiseerde poli's te gaan doen – denk aan MDL, longziekten of eetstoornissen. Dat noemen we de 'wenspoli's'. Het probleem is: elke extra poli die zij draaien, kost capaciteit aan de kliniekzijde, tenzij we de formatie uitbreiden. Het is een constante stoelendans.
Host
Laten we dan naar de kern van het advies gaan: de scenario's. De projectgroep heeft een aantal knoppen geïdentificeerd waar we aan kunnen draaien om die match tussen vraag en aanbod te verbeteren. Sommige zijn vrij technisch, andere raken de kern van hoe de vakgroep werkt. Annelies, een van de meest opvallende suggesties is het verruimen van de poli-tijden. Wat levert dat concreet op?
Guest
Goh, dat is een heel pragmatische knop. Als we de ochtendpoli dertig minuten eerder laten starten – dus om half negen in plaats van negen uur – dan creëren we per jaar bijna achttienhonderd extra spreekuren. Dat speelt maar liefst nul-komma-negenentwintig fte vrij. Dat lijkt weinig, maar op een krappe planning is dat een wereld van verschil. Het betekent dat je meer patiënten ziet in dezelfde 'dag', zonder dat je extra mensen hoeft aan te nemen. Maar ja, het vraagt wel een aanpassing van de ochtendroutine van de artsen.
Host
Dat is nog wel te overzien, denk ik. Maar er is ook een scenario dat waarschijnlijk meer stof zal doen opwaaien: het verminderen van de compensatie voor de zaterdagdienst. Het rapport stelt voor om de zaterdag niet langer extra te compenseren in de week. Dat zou nul-komma-eenenvijftig fte opleveren. Dat is een halve voltijdse kracht! Maar ik kan me voorstellen dat de kinderartsen hier niet om staan te springen?
Guest
Je raakt daar een gevoelig punt, Sander. De kinderartsen hebben in de inventarisatie expliciet aangegeven dat ze liever niet aan de dienststructuur en compensatie komen. Voor hen is die rust na een zware weekenddienst essentieel voor de duurzame inzetbaarheid. Maar vanuit een puur capaciteitsperspectief is het een enorme winstpost. Als adviseurs moeten we die optie wel laten zien. Het dwingt de vakgroep om te kiezen: willen we de werkdruk op de poli verlagen door meer aanwezig te zijn, of houden we vast aan de huidige compensatie met het risico dat de poli-druk onhoudbaar blijft? Het is een klassiek dilemma tussen individueel herstel en collectief belang.
Host
Een ander interessant scenario is het plannen van een NPG-dagdeel, dus niet-patiëntgebonden tijd, direct vóór een dienst. Hoe werkt dat precies en waarom levert dat winst op?
Guest
Wel, nu is het vaak zo dat administratie en diensten versnipperd over de week gepland worden. Als je een doordeweekse nachtdienst hebt, ben je daarna vaak een paar dagen uit de roulatie door compensatie. Door een administratief blok – het 'witvakje' – strategisch vlak voor die dienst te zetten, voorkom je dat er op een ander moment in de week een gat in de poli-planning valt. Je clustert de 'niet-klinische' tijd. Dat levert nul-komma-tweeënzestig fte op. Het gaat om slim roosteren: zorgen dat de tijd die je in het ziekenhuis bent, maximaal benut wordt voor óf zorg, óf noodzakelijke administratie, zonder onnodige gaten.
Host
In het rapport staat ook dat het 'thuiswerkdagdeel' als 'werken' gezien moet worden. Dat klinkt logisch, maar de suggestie is om bij kortdurende ziekte van een collega te verwachten dat iemand op zijn thuiswerkdag naar het ziekenhuis komt. Is dat niet een beetje riskant voor de motivatie? Mensen rekenen op die dag voor hun administratieve rust.
Guest
Het is een scherpe maatregel, dat geef ik toe. Maar het doel is het terugdringen van de impact van ziekteverzuim. Als we dit dagdeel als flexibele schil inzetten, verhogen we de netto inzetbaarheid met nul-komma-vierenveertig fte. Het gaat om de afspraak: 'Ik werk vandaag thuis, maar als de nood aan de man is, ben ik de back-up'. Dat verhoogt de voorspelbaarheid voor het hele team. Niets is zo frustrerend als een poli die op het laatste moment afgezegd moet worden omdat er niemand is om in te vallen, terwijl er wel mensen 'aan het werk' zijn. Het vraagt een cultuuromslag naar meer collectieve verantwoordelijkheid.
Host
En dan de dinsdagmiddag. Het minimaliseren van dat overleg zou maar liefst één-komma-tweeënveertig fte vrijspelen. Dat is gigantisch! Maar tegelijkertijd lees ik dat daar nu alle MDO's en overleggen gepland staan. Als je die schrapt, moeten die taken toch ergens anders gebeuren? Is dat geen vestzak-broekzak operatie?
Guest
Je hebt volkomen gelijk, Sander. Dat is de meest complexe knop. Als we de dinsdagmiddag puur als poli-tijd gaan gebruiken, winnen we veel uren. Maar die honderden uren aan MDO's en commissies verdwijnen niet zomaar. Het dwingt ons om kritisch te kijken: moet elk overleg met de hele vakgroep? Kunnen we zaken efficiënter regelen via HIX of kortere stand-ups? Als we die taken gewoon naar de avonduren of de 'witvakjes' verplaatsen, lossen we niets op. Het scenario is vooral een uitnodiging om de overlegstructuur rigoureus te herzien. Wat draagt écht bij aan de patiëntenzorg?
Host
Laten we de overstap maken naar de PA's en de Verpleegkundig Specialisten. Voor hen liggen er ook een paar pittige scenario's op tafel, zoals de verhouding tussen productie en administratie. Wat is daar de voorgestelde norm?
Guest
Er wordt nagedacht over een Isala-brede norm van vijfenzeventig procent productie en vijfentwintig procent administratie. Voor de afdeling Kindergeneeskunde zou dit echter betekenen dat we één-komma-vijfendertig fte extra nodig hebben. Dat is een flinke investering. Daarnaast is er de discussie over de weekenden. Momenteel draaien de PA's twee dagdiensten in het weekend. Als we dat terugbrengen naar één, winnen we nul-komma-eenenzestig fte. Maar ja, dan komt er weer meer druk op de arts-assistenten of de kinderartsen. Het is een wankel evenwicht.
Host
Die wenspoli's voor MDL, nefrologie en longziekten klinken als een geweldige kans voor taakverschuiving. De PA's kunnen daar echt hun expertise inzetten. Maar het rapport zegt dat elk dagdeel poli voor een heel jaar nul-komma-zeven fte extra kost. Hoe rijmen we die ambitie met de krappe budgetten?
Guest
Dat is de grote vraag voor de zomer van 2026. Taakverschuiving is prachtig, maar het is zelden een pure besparing. Het verhoogt de kwaliteit en vaak ook de patiënttevredenheid, omdat PA's meer tijd en specifieke focus hebben. Maar de kinderarts moet nog steeds supervisie geven. We moeten dus heel goed kijken welke poli's de meeste druk weghalen bij de medisch specialisten. Het is geen 'en-en' verhaal, maar een 'of-of' verhaal. Welke specialismen hebben de langste wachtlijsten? Waar is de ziektelast het hoogst? Daar moeten we die nul-komma-zeven fte durven investeren.
Host
Ik zag ook een benchmark van Logex in het rapport. Isala scoort een productiviteit van ruim vijfentachtig procent. Dat klinkt als een goed cijfer, maar de 'norm' fte ligt lager dan de huidige formatie. Hoe moeten we dat interpreteren? Hebben we te veel mensen, of doen we te veel taken die niet in de norm zitten?
Guest
Goh, die Logex-cijfers zijn altijd een beetje een 'double-edged sword'. De norm fte van vijftien-komma-nul-zeven is gebaseerd op landelijke gemiddelden per zorgactiviteit. Wij zitten daar met onze formatie boven. Dat kan betekenen dat we minder efficiënt zijn, maar vaker betekent het dat we meer neventaken doen die Logex niet meet: opleiding, bestuur, complexe MDO's voor een regiofunctie. Het rapport laat zien dat onze 'overige KG' – de algemene kindergeneeskunde – een groot volume heeft. De uitdaging is om die extra formatie te rechtvaardigen door aan te tonen dat onze zorg complexer is of dat we taken doen die elders niet gebeuren. Maar het is wel een 'wake-up call' om kritisch naar onze eigen processen te blijven kijken.
Host
De kinderartsen hebben zelf ook suggesties gedaan, buiten de grote scenario's om. Strenger triëren aan de poort, meer meedenkconsulten met huisartsen, betere registratie van telefoontjes en dubbele DBC's... Dat klinkt als laaghangend fruit om de werklast te verminderen zonder het hele rooster om te gooien, niet?
Guest
Absoluut! Dat is de 'onderstroom' van dit hele advies. Als we de instroom van patiënten beter beheersen door goede triage, verminderen we de druk op de poli aan de bron. En technologie kan ons daarbij helpen. Het rapport noemt AI voor brieven, digitale vragenlijsten en een betere integratie tussen HIX en Outlook. Als een arts minder tijd kwijt is aan tikken en regelen, blijft er meer tijd over voor de patiënt. Dat is winst die niet direct in fte's uit te drukken is, maar die de ervaren werkdruk enorm verlaagt. Het gaat erom dat we de arts weer laten doen waar hij voor opgeleid is: geneeskunde.
Host
Ik moest wel even glimlachen bij de passage over het 'beëindigen van een klaagcultuur'. Dat klinkt bijna als een bevel van bovenaf! Maar serieus, hoe belangrijk is die cultuurverandering voor het slagen van dit ICM-plan?
Guest
Het is misschien wat scherp geformuleerd, maar de kern is valide. Als je je constant slachtoffer voelt van een rooster dat 'je overkomt', dan vreet dat energie. Cultuurverandering betekent hier: eigenaarschap nemen. De scenario's die we vandaag bespreken, zijn geen dictaten, maar keuzes die de vakgroep zelf moet maken. Door feiten en cijfers op tafel te leggen, stappen we uit de emotie en gaan we naar de oplossing. Een vitale werkomgeving ontstaat wanneer mensen voelen dat ze invloed hebben op hun eigen werkdag. Dat is de weg van 'klagen' naar 'sturen'.
Host
De volgende belangrijke mijlpaal is de bespreking in de planningscommissie op veertien april. Wat is de belangrijkste vraag die daar beantwoord moet worden?
Guest
De commissie moet kleur bekennen. Welke scenario's vinden we interessant genoeg om door te rekenen en te implementeren? En welke vallen definitief af? We kunnen niet alles tegelijk. Willen we die vervroegde poli? Durven we de zaterdag-compensatie aan te pakken? De scenario's zijn de belangrijkste bouwstenen voor het definitieve advies. Het doel van veertien april is helderheid over de te maken keuzes, zodat we een gedragen plan hebben voor 2026. Geen vrijblijvendheid meer, maar een concreet pad naar een duurzame afdeling.
Host
Als we even vooruitkijken... Stel dat we de juiste knoppen vinden. Hoe ziet een gemiddelde werkweek voor een kinderarts bij Isala er dan uit in 2027? Is er dan eindelijk die rust en voorspelbaarheid waar iedereen zo naar snakt?
Guest
In 2027 is de polikliniek geen sluitstuk meer, maar een stevig gepland fundament. De roosters zijn ver van tevoren bekend en wijzigingen zijn de uitzondering, niet de regel. De artsen weten precies wanneer ze kliniek doen, wanneer ze administratie hebben en wanneer ze op de poli staan. Er is een gezonde balans tussen de zware diensten en de hersteltijd. De PA's en VS'en draaien hun eigen gespecialiseerde poli's, wat de kinderartsen lucht geeft voor de meest complexe casuïstiek. Kortom: een afdeling waar de zorg voor het kind centraal staat, omdat de zorg voor de zorgverlener eindelijk goed geregeld is.
Host
Dat is een prachtig streven om mee af te sluiten. Het ICM-advies voor de Kindergeneeskunde is duidelijk geen papieren tijger, maar een noodzakelijke blauwdruk voor verandering. Van de bruto-netto realiteit van zesendertig procent naar een model van regie en voorspelbaarheid. Annelies, heel erg bedankt voor je heldere uitleg en je scherpe blik op deze scenario's. En voor de luisteraars: de weg naar veertien april is ingezet. Laten we samen bouwen aan die vitale toekomst voor de kindzorg. Tot de volgende keer!